.
.
...
De afzender wist dat ze vroeg was.
Ze kende dat soort kennis. Niet intiem, niet warm. De kennis van mensen die wisten hoe laat zij kwam, welke deur ze zelf controleerde en welke problemen zij liever klein hield voordat het dorp er een verhaal van maakte.
Ze belde niet terug. Een onbekend nummer dat een inbraak meldde, kon wachten tot ze zelf had gezien of er werkelijk iets aan de hand was. Jasper zou er onmiddellijk een overleg van maken. Politie bij de toegangspoort zou nog voor het ontbijt op drie telefoons staan, en aan het einde van de ochtend liepen de eerste gasten over het terrein. In de evenementenloods stonden de dozen voor de wijnkeuring al klaar.
Madelon reed door.
Achter haar viel de slagboom dicht. In de binnenspiegel zag ze de oprijlaan smaller worden. Wie bij de poort stond, kon haar auto nog even volgen tussen de bomen. Na de eerste bocht namen de eiken haar uit het zicht.
Links lag Huis Loenerhorst nog donker. Verderop stonden de witte tenten in de nevel. De evenementenloods bleef aan de voorkant van het terrein. De werktuigenschuur lag daar niet. Die stond achter bij de zesde hole, aan de buitenrand van het golfpark, waar de keurige baan overging in ruiger land.
Bij de afslag naar de baan minderde ze vaart. In de binnenspiegel bleef de weg achter haar leeg.
Zo vroeg hoorde hier niemand te zijn zonder dat zij het wist.
Het smalle onderhoudspad liep vanaf de baan naar de werktuigenschuur. Bezoekers kwamen hier niet. Die bleven bij de oprijlaan, de loods, de zichtbare gebouwen. Dit pad was voor golfkarretjes, onderhoudswagens en mensen die het terrein kenden.
Madelon parkeerde naast de lage coniferenhaag, bij het begin van het pad. Verder kon ze niet zonder over het gras te rijden. Ze stapte uit. Het dorp lag nog stil. Alleen ergens achter de baan liet een specht zich een paar keer kort horen.
Ze trok haar kraag hoger en liep het onderhoudspad op. Haar telefoon schoof ze in haar rechterzak. De sleutels hield ze in haar linkerhand, al had het bericht gezegd dat de deur openstond.
Het pad boog achter de zesde green langs. Rechts lag de open baan, de vlag slap in de dauw. Links lagen de ruige rand, de haag en het stuk Loenerhorst dat je vanaf de gebouwen niet zag.
Op het gras lag een gelijkmatige glans, behalve waar een smalle strook bandensporen naar de schuur liep. Ze konden van een golfkarretje zijn. Toch bleef Madelon even staan. Bij de rand van het pad liep een donkere veeg door de zachte grond, alsof een wiel had doorgedraaid of iemand met zwaar gereedschap was uitgegleden.
Ze liep verder.
Vlak voor de schuur liet ze de sleutels in haar jaszak glijden. Als de deur werkelijk openstond, wilde ze eerst kijken. Daarna kon ze Jasper bellen. Of de politie.
Nu ze ervoor stond, klonk het bericht in haar hoofd minder onschuldig.
De deur stond op een kier, nauwelijks breder dan een hand. Het hangslot lag op de stenen drempel. De beugel was los van het slotlichaam. Het hout rond de sluiting was niet versplinterd.
Bij de vorige inbraak had een halve plank naast de deur gelegen en waren laden uit de werkbank getrokken. Dit zag er anders uit.
Netter.
Madelon pakte haar telefoon, maakte een foto van het slot en stak het toestel weer weg. Daarna duwde ze met twee vingers tegen de deur.
De scharnieren kraakten. Binnen bleef het donker.
Het lichtknopje zat links, achter een stapel lege kratten. Ze kende de ruimte goed genoeg om haar hand erheen te brengen zonder te zoeken.
De tl-balk boven de werkbank knipperde twee keer en bleef branden.
...
We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden
Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.